Pilot Optimalisering Voorw. Sancties Limburg Zuid

De pilot Optimalisering Voorwaardelijke Sancties is een onderdeel van het programma Justitiële Voorwaarden. De bedoeling van dit programma is om zowel aan de voorkant als aan de achterkant van het strafproces het aantal bijzondere voorwaarden te doen toenemen. Het is namelijk bewezen dat personen aan wie een voorwaardelijke vrijheidsstraf is opgelegd minder vaak recidiveren dan diegenen aan wie korte vrijheidsstraffen zijn opgelegd. Opvallend is ook dat de voorwaarden vaker worden nageleefd door personen met een geheel dan met een gedeeltelijk voorwaardelijke vrijheidsstraf.
Er wordt een onderscheid gemaakt in procesdoelstelling en effectdoelstelling
Procesdoelstelling:
Het beproeven en verder ontwikkelen van de Handreiking OVS om te toetsen of bijzondere voorwaarden meer en effectiever worden gebruikt.
Effectdoelstelling:
Het frequenter en effectiever toepassen van sancties met persoonsgerichte bijzondere voorwaarden bij diverse justitiële afdoeningen/in de verschillende fases van het strafproces:
· in de fase van de schorsing van voorlopige hechtenis en/of
· de (gedeeltelijk) voorwaardelijke vrijheidsstraf.
Ook bij andere afdoeningen (het voorwaardelijk sepot / transactie tot presteren en - wellicht in experimentele zin - de voorwaardelijke transactie taakstraf) kan het instrumentarium worden toegepast.
De kern van het project is het versterken van de ketensamenwerking, waarbij naast de justitiële partners ook zorg en gemeenten tot de keten behoren. De verbeterde werkwijze wordt in vier arrondissementen, waaronder Maastricht (de andere zijn Zwolle, Amsterdam en Groningen), gedurende anderhalf jaar beproefd en verder ontwikkeld en bij gebleken succes landelijk ingevoerd.
Op basis van de resultaten van de proef wordt ook de landelijke wet- en regelgeving aangepast. Een beschrijving van voorwaarden wordt opgenomen in de regelgeving en de procedure tenuitvoerlegging wordt aangescherpt. De leerstraf gaat op in de voorwaardelijke veroordeling.
Doelgroep
De doelgroep die landelijk in aanmerking komt voor bijzondere voorwaarden is zeer ruim. De enige contra-indicaties zijn:
- minderjarig;
- in het buitenland woonachtig;
- het ontbreken van een relatie met Nederland;
- crimineel toerist;
- tegenwerking/volledige afwijzing van interventies;
- onder voorwaarden opgelegde TBS-maatregel.
Voor het arrondissement Maastricht is de doelgroep:
· meerderjarige, volwassen veelplegers (meest ruime definitie): personen van 18 jaar of ouder die in het gehele criminele verleden 2 of meer processen-verbaal (PV's)(HKS) tegen zich zagen opgemaakt, waarvan tenminste 1 in het peiljaar. Dit is de landelijke definitie van de veelplegers (d.w.z.: meerplegers, veelplegers en zeer actieve veelplegers).
Met extra aandacht voor:
· zeer actieve veelplegers: personen van 18 jaar of ouder die over een periode van 5 jaren (waarvan het peiljaar het laatste jaar vormt), meer dan 10 PV's (HKS) tegen zich zagen opgemaakt, waarvan tenminste 1 in het peiljaar. Dit is de landelijke definitie.
· én met name de verslaafden onder de zeer actieve veelplegers.
Twee nieuwe projectmedewerkers
Voor het project zijn er in september 2008 door het Openbaar Ministerie te Maastricht twee junior parketsecretarissen/projectmedewerkers aangenomen, te weten Geke Drenth en Claudia Rutten. Zij houden zich bezig met het uitselecteren van OVS-zaken. Zij vervullen hun taken naast die van projectleider Peter Schleijpen en procesbegeleider Angelique Meijers. Ook houden zij zich bezig met de procesgang en voortgangsbewaking in de hele keten, want er zijn veel partners nauw betrokken bij de pilot: denk aan de rechtbank, de 3 reclasseringsorganisaties (3RO), politie, PI en Veiligheidshuizen.
Werkwijze binnen het Openbaar Ministerie Schorsing voorlopige hechtenis
Iedere inverzekeringstelling die binnenkomt, wordt getoetst naar aanleiding van de OVS-criteria. Indien een verdachte aan de criteria voldoet, wordt hij opgenomen in het OVS-project. Dit betekent dat er in principe altijd een vroeghulprapportage opgesteld moet worden door de één van de drie reclasseringsorganisaties (3RO).
Dat een zaak een OVS-zaak wordt, zal niets veranderen aan de inhoud van het advies van de reclassering. Als voorheen door de 3RO zou worden geadviseerd om een verdachte vast te houden, zullen zij dat nog steeds concluderen. Indien echter tot een schorsing van de voorlopige hechtenis wordt geadviseerd, zal de reclasseringswerker moeten aangeven onder welke specifieke bijzondere voorwaarden deze schorsing volgens hen zou moeten plaatsvinden. Hiervoor moeten zij refereren aan de ‘menukaart bijzondere voorwaarden' die 14 bijzondere voorwaarden bevat.
(Gedeeltelijk) voorwaardelijke vrijheidsstraf
Het tweede traject binnen het OVS loopt ten aanzien van de (gedeeltelijk) voorwaardelijke vrijheidsstraf. Dit gebeurt op basis van een voorlichtingsrapportage van de 3RO. Ook hier geldt weer dat de algehele conclusie van de reclassering niet zal veranderen, echter indien zij concluderen tot een (gedeeltelijk) voorwaardelijke vrijheidsstraf, dan zullen zij moeten refereren aan de menukaart bijzondere voorwaarden.
Rapportages 3RO
Daarbij zijn de rapportages van de 3RO in een nieuw format gegoten. Een vroeghulprapportage (beknopt advies) zal plaatsvinden op basis van een QuickScan en de voorlichtingsrapportage (uitgebreid advies) zal plaatsvinden op basis van een RISC (Professionalisering Advies). Ook zijn er specifieke doorlooptijden afgesproken. In plaats van de huidige termijn van 8 tot 12 weken voor een voorlichtingsrapportage is de termijn voor het uitgebreide advies binnen OVS 6 weken.
Reclasseringstoezicht
In Redesign Toezicht wordt een systeem opgezet in samenwerking met het CJIB waardoor het toezicht beter bewaakt kan orden. Op het moment dat een toezicht niet binnen de vastgestelde termijnen start, signaleert het CJIB dit en sturen zijn een reminder naar de reclassering. Dit zal in 2009 landelijk ingevoerd worden (Routering Toezicht).
Ketenafspraken
Ten aanzien van de verhoging van de effectiviteit bij het toepassen van sancties met bijzondere voorwaarden zijn (en worden tijdens de pilot zo nodig aanvullende) ketenafspraken gemaakt.
De belangrijkste ketenafspraken zijn:
Het binnen 6 weken (na aanvraag rapportage) aanleveren van uitgebreide reclasseringsrapportages;
Het plannen van PR- en MK-zittingen uiterlijk 3 maanden na aanvraag van een reclasseringsrapportage;
Het zo spoedig mogelijk informeren van reclassering en politie na opleggen van bijzondere voorwaarden;
Het zo spoedig mogelijk starten van het reclasseringstoezicht na opleggen voorwaarden of -indien van toepassing- politiecontrole op specifieke voorwaarden;
Het tijdig melden aan OM door reclassering (mogelijk na signalering door politie) van het overtreden van de bijzondere voorwaarden;
Het tijdig (max. 5 weken na ontvangst negatief afloopbericht van Reclassering) plannen van tenuitvoerleggingzittingen bij mislukking van de uitvoering van bijzondere voorwaarden bij vonnis.
Hopelijk heeft deze uitleg één en ander duidelijker gemaakt en kan de proef door middel van de inzet van alle ketenpartners tot een succes worden gemaakt. Voor degenen die veel met dit project te maken zullen krijgen, of degenen die graag meer over de proef willen weten, kan de Handreiking van OVS worden opgevraagd bij:
Claudia Rutten (Projectmedewerker) – c.j.m.rutten@om.nl – 043-8885637; Geke Drenth (Projectmedewerker) – g.m.drenth@om.nl – 0438885671; Peter Schleijpen (Projectleider) – p.schleijpen@om.nl – 06-51519583; Angelique Meijers (Procesmanager) – a.meijers@om.nl – 043-3465116.
Voor actuele publicaties rondom dit onderwerp klik hier:
17-6-2009

